Adviesorganen
Wet van 20 juli 1990
In 1990 werd een eerste maatregel genomen om iets te doen aan de ondervertegenwoordiging van vrouwen in de Belgische federale adviesorganen, de wet van 20 juli 1990 (PDF, 14.64 Kb) ter bevordering van de evenwichtige aanwezigheid van mannen en vrouwen in organen met adviserende bevoegdheid. Oorspronkelijk voorzag deze wet dat voor elk mandaat ten minste een man en een vrouw voorgesteld moest worden.
Mits bijzondere motivering was een afwijking van deze voorwaarde mogelijk. Het was ook mogelijk om een orgaan om functionele redenen of op grond van zijn specifieke aard uit het toepassingsgebied van de wet uit te sluiten door middel van een in de Ministerraad overlegd besluit.
Wet van 17 juli 1997
Geconfronteerd met het gebrek aan doeltreffendheid van de dubbele voorstelling, besliste de wetgever in 1997 om de wet van 20 juli 1990 te wijzigen door de toevoeging van een aantal bepalingen.
De belangrijkste bepaling in de wet van 17 juli 1997 (PDF, 10.85 Kb) tot wijziging van de wet van 20 juli 1990 verbiedt de samenstelling van adviesorganen uit meer dan 2/3 leden van het hetzelfde geslacht. Als deze voorwaarde niet vervuld is kan het orgaan in kwestie geen geldig advies meer uitbrengen.
De wet laat evenwel een afwijking door de Ministerraad toe als de voogdijminister van het orgaan de onmogelijkheid om de quota na te leven laat weten en motiveert aan de minister die bevoegd is voor het gelijkekansenbeleid voor mannen en vrouwen.
Wat betreft de dubbele voorstelling, legt de wet van 17 juli 1997 op dat het toe te wijzen mandaat vacant blijft zolang de voorwaarden aangaande de dubbele voorstelling niet vervuld zijn.