Vrouwelijke genitale verminking
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) definieert vrouwelijke genitale verminking als "ingrepen die leiden tot een gedeeltelijke of volledige verwijdering van de externe geslachtsdelen van de vrouw en/of andere verwondingen van de vrouwelijke geslachtsdelen die niet het gevolg zijn van therapeutische ingrepen". Volgens schattingen van de WHO moeten 100 tot 140 miljoen vrouwen en meisjes wereldwijd leven met de gevolgen van vrouwelijke genitale verminking en dreigen 3 miljoen meisjes ieder jaar het slachtoffer te worden van deze schadelijke praktijken.
De onmiddellijke gevolgen en de gevolgen op lange termijn zijn groot, zowel op fysiek en seksueel vlak als op psychologisch vlak. Ondanks het feit dat er wordt geschermd met sociologische, medische, religieuze, culturele, psychoseksuele of esthetische redenen, kan niets of niemand dergelijke praktijken rechtvaardigen.
Deze zeer ernstige vorm van geweld tegenover vrouwen en meisjes is ook in België een bron van bezorgdheid, zoals overigens blijkt uit een recent gefinancierd onderzoek in België (PDF, 1.42 MB) naar de prevalentie van besneden vrouwen en meisjes die het risico lopen te worden besneden. Volgens dit onderzoek wordt de populatie vrouwen afkomstig uit een land waar vrouwelijke genitale verminking wordt toegepast, na compilatie van de verschillende gegevensbronnen geraamd op 22.840. Van die 22.840 vrouwen en jonge meisjes zijn er 6.260 die "naar alle waarschijnlijkheid al werden besneden" en zouden er 1.975 "het risico lopen te worden besneden", wat de totale doelgroep op 8.235 vrouwen en jonge meisjes brengt.
In België wordt het verbod op vrouwelijke genitale verminking beschouwd als een democratische eis en een onbetwistbare naleving van de mensenrechten, en vooral dan van het recht op leven, het recht op fysieke en mentale integriteit, het recht om in de best mogelijke gezondheid te verkeren, het recht om niet het slachtoffer te worden van discriminatie of geweld, en de rechten van het kind.
België doet er dan ook al vele jaren alles aan om een einde te maken aan deze praktijk die een aanslag is op de fysieke en psychologische integriteit van vrouwen en hun basisrechten, zodat vrouwen en jonge meisjes voluit en actief aan het maatschappelijke leven kunnen deelnemen.
In het NAP 2010-2014 (PDF, 287.3 Kb) staat verder grondig overleg ingeschreven met het oog op samenwerking rond acties die het mogelijk moeten maken om deze problematiek tegen te gaan en om vooruitgang in die zin te boeken.
Verschillende organisaties uit het maatschappelijke middenveld die over de nodige terreinkennis beschikken, dragen eveneens bij tot de uitroeiing van vrouwelijke genitale verminking met preventiecampagnes, bewustmakingsacties en opleidings- en animatieprogramma’s voor de betrokken gemeenschappen die zich in België hebben gevestigd.
Op wettelijk vlak beschikt België sinds november 2000 bovendien over een wet die de praktijk van de vrouwelijke genitale verminking veroordeelt. Deze wet heeft artikel 409 in het Strafwetboek ingeschreven, waardoor wordt bestraft met een gevangenisstraf van drie tot vijf jaar "hij die eender welke vorm van verminking van de genitaliën van een persoon van het vrouwelijke geslacht bevordert, met of zonder haar toestemming.” Poging is eveneens strafbaar.
Zie ook
- Vrouwelijke genitale verminking - Handleiding voor de betrokken beroepssectoren (PDF, 2.04 MB)
- Publicatie 'Het beroepsgeheim en de vrouwelijke genitale verminkingen' (PDF, 975.46 Kb)
- Publicatie 'Excision et migration en Belgique francophone'

- Site FOD Volksgezondheid

- Site GAMS
(Groupe pour l'abolition des mutilations sexuelles)
- Site Intact vzw

- Site ICRH
(International Centre for Reproductive Health)
- Site Stratégies Concertées MGF
