CEDAW

Het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen (CEDAW)

Het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie tegen vrouwen werd in 1979 aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en is in 1981 van kracht geworden.

Het bevat een preambule en 30 artikels die het begrip discriminatie definiëren en die gericht zijn op het wegwerken ervan in alle aspecten van het openbare en het privéleven van vrouwen.

België heeft het Verdrag in 1985 geratificeerd. In 2004 werd het aanvullend protocol aangenomen waardoor, bij schending van de rechten van vrouwen, privépersonen een klacht kunnen indienen en onderzoeken ter plaatse kunnen worden georganiseerd.

België moet om de vier jaar verslag uitbrengen over de toepassing van het Verdrag voor het CEDAW-Comité, dat uit 23 onafhankelijke experts bestaat.

In oktober 2012 diende België zijn 7de CEDAW-verslag (PDF, 527.34 Kb) in bij de Verenigde Naties. Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen was belast met het coördineren van de redactie van dit verslag. België maakt sinds 10 juli 1985 deel uit van dit verdrag en brengt periodisch (elke vier jaar) verslag uit over de toepassing ervan op nationaal niveau voor het Comité voor de uitbanning van discriminaties tegen vrouwen. Het huidige verslag wil de nadruk leggen op de systematische toepassing van de genomen maatregelen en op de resultaten die behaald werden bij de tenuitvoerlegging van het Verdrag op de verschillende machtsniveaus. Dit verslag bevat de wijzigingen in de wetgeving en de wets- en administratieve praktijken en de nieuwe beleidslijnen in het licht van de artikelen van het Verdrag sinds de indiening van het vorige verdrag (januari 2007-juni 2012). Het vijfde en het zesde verslag werden als één document ingediend en bestudeerd tijdens een mondelinge hoorzitting op 21 oktober 2008.