Arbeid

Gelijkheid tussen vrouwen en mannen tot stand brengen is een werk van lange adem. Om de nog bestaande moeilijkheden in kaart te brengen en oplossingen te kunnen bieden doet het Instituut onderzoek naar gelijke kansen voor vrouwen en mannen op de arbeidsmarkt.

Loonkloof

Jaarlijks publiceert het Instituut in samenwerking met de Dienst Statistieken van de FOD Economie, de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en het Federaal Planbureau een cijferrapport waarin de loonkloof in België nauwgezet wordt opgevolgd.

Uit het recentste rapport blijkt dat mannen gemiddeld per uur nog steeds 9 procent meer dan vrouwen verdienen. Globaal gezien daalt de loonkloof in België de laatste jaren. Toch is er ook minder goed nieuws. Het gaat hier immers om de loonkloof berekend op basis van bruto-uurlonen. Als men de loonkloof op jaarbasis berekent, en dus rekening houdt met het effect van deeltijds werk waarin vrouwen oververtegenwoordigd zijn, dan is de kloof veel groter (22%) en neemt deze ook niet af, integendeel, de laatste jaren kan er van een stagnatie gesproken worden.

Glazen plafond

De participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt is de laatste decennia spectaculair gestegen. Een gelijkaardige evolutie heeft zich vooralsnog niet afgespeeld bij de vertegenwoordiging van vrouwen aan de bedrijfstop. Zowel nationaal als internationaal worden vrouwen geconfronteerd met het glazen plafond waardoor ze veel minder vaak dan hun mannelijke collega’s doorstoten naar absolute topfuncties binnen het bedrijfsleven.

De onderzoeksrapporten die het Instituut publiceerde in 2009 en 2013 over vrouwen en besluitvorming bevatten belangrijke hoofdstukken over genderongelijkheid aan de top van de bedrijfswereld.

Enkele resultaten:

  • In 2012 was slechts 10,1% van de leden van de raden van bestuur van beursgenoteerde ondernemingen en 7,1% van de niet-beursgenoteerde ondernemingen vrouw.
  • Vrouwen vertegenwoordigden slechts 11,6% van de algemeen bestuurders van de federale overheidsdiensten.
  • Bij de academische bestuursleden bedroeg dat percentage 23%.

Combinatie werk en privéleven

Er zijn weinig maatschappelijke domeinen waarin de impact van oude stereotiepe rollen zo sterk blijft doorspelen als in de combinatie tussen werk en privéleven. Om gelijkheid tot stand te brengen op het vlak van arbeid is het essentieel dat deze combinatie goed geregeld wordt. Het Instituut publiceerde verschillende studies over dit thema.

Vaderschapsverlof

In 2009 deed het Instituut onderzoek naar vaderschapsverlof. Werknemers die vader worden, hebben recht op 10 extra verlofdagen. In welke mate maken ze hier ook gebruik van? Uit de studie bleek dat er nog steeds lacunes bestaan bij het informeren en sensibiliseren van werknemers en werkgevers. Zo was 25% van de vaders niet op de hoogte van het bestaan van dit verlof voor de geboorte van hun kind en ondervond ongeveer 11% problemen bij het opnemen of aanvragen van het verlof.

Tijdsbesteding

Een interessante invalshoek om verschillen in het dagelijkse leven van vrouwen en mannen te bestuderen is hun tijdsbesteding. Verschillen in de gemiddelde tijdsbesteding van vrouwen en mannen zijn allesbehalve banaal. Uit deze gemiddelden kunnen immers patronen worden afgelezen, patronen die samenhangen met stereotiepe verwachtingen en taakverdelingen. Mensen bewust maken van deze stereotypen is één van de kerntaken van het Instituut.

Een studie van het Instituut uit 2009 analyseerde de verschillen tussen het tijdsgebruik van vrouwen en mannen in termen van het aantal uren betaalde arbeid, huishoudelijk werk en zorgtaken, vrije tijd, rust en verplaatsingen.

Enkele resultaten:

  • Mannen besteden gemiddeld 7 uur per week meer tijd aan betaalde arbeid dan vrouwen.
  • Daarnaast hebben mannen gemiddeld 6,5 uur per week meer vrije tijd en zijn ze per week drie kwartier langer onderweg.
  • Vrouwen daarentegen, besteden gemiddeld 8,5 uur per week meer aan huishoudelijk werk en nog eens 1,5 uur per week meer aan kinderzorg en opvoeding.

Zwangerschap

Naar aanleiding van het grote aantal klachten hierover voerde het Instituut onderzoek naar zwangerschapsdiscriminatie op de werkvloer. Met dit onderzoek wou het Instituut een beter inzicht krijgen in de situatie van zwangere werkneemsters en in de mechanismen die zwangerschapsdiscriminatie veroorzaken, met het oog op het verminderen en wegwerken van mogelijke discriminaties en op een betere interne klachtenbehandeling.

Enkele resultaten:

  • Ruim driekwart van alle vrouwen gaf aan ooit op een of andere manier een vorm van discriminatie te hebben ervaren die verband hield met het feit dat ze zwanger was.
  • Vijf procent werd ontslagen of nam ontslag omdat ze zich niet konden verzoenen met de manier waarop ze tijdens hun zwangerschap werden behandeld.
  • Bijna achttien procent werd gediscrimineerd op het vlak van loon en carrière omdat de werkneemster bijvoorbeeld een promotie misten.