Stand van zaken in België

In een maatschappij waar ervaring sterk gevaloriseerd wordt, zijn loopbaanonderbrekingen en deeltijdse arbeid, doorgaans gebruikt door vrouwen, echte hinderpalen voor de ontwikkeling van de carrière en het opbouwen van eigen rechten (werkloosheid, pensioen).

De valstrik van de deeltijdse arbeid

In België werkt 45% van de werkneemsters deeltijds, tegenover slechts 9,5% van de werknemers.

Deeltijdse arbeid heeft echter een groot aantal, vaak niet gekende, negatieve gevolgen, met name op het loon. Een voorbeeld: een deeltijds werkende vrouw verdient 13% minder per uur dan een vrouw die voltijds werkt.

Bovendien hebben deeltijds werkenden vaak minder gemakkelijk toegang tot opleidingen en promotiemogelijkheden, hun werkzekerheid is beperkter en tot slot verliest een aantal onder hen een deel van hun sociale rechten (inzake pensioen en werkloosheid).

In zijn loonkloofrapport van 2013  analyseert het Instituut de redenen van de deeltijdse arbeid. Het verrast daarbij niet dat vrouwen niet dezelfde redenen aanhalen als mannen. Bij vrouwen gaat het het vaakst om problemen bij het combineren van werk en privéleven, terwijl bij mannen het deeltijds werken vaak toelaat om een andere job te cumuleren of een opleiding te volgen. Slechts 12% van de deeltijds werkende vrouwen en 8% van de mannen willen geen voltijdse baan. 

De verloven

Naast de moederschaps- en vaderschapsverloven werden verschillende 'sekseneutrale' verloftypes ingevoerd, waaronder het ouderschapsverlof en het tijdskrediet (of loopbaanonderbreking).Deze niet-gewerkte periodes zijn grotendeels gelijkgesteld met gewerkte periodes voor de berekening van werkloosheid en pensioen. Zoals verwacht zijn vrouwen hierbij oververtegenwoordigd (74% van de begunstigden). Niettemin neemt het aandeel van de mannen in het ouderschap gestaag toe van 8% in 2002 naar 23% in 2009 en 26% in 2012.

Vaders vragen steeds meer om tijd te kunnen doorbrengen met hun kind(eren). Volgens een studie van het Instituut nemen zo goed als alle vaders (93,8%) verlof bij de geboorte van hun kind. De gemiddelde duur van dit verlof is ongeveer 12 dagen (zijnde 2 dagen meer dan de reglementaire 10 dagen van het vaderschapsverlof).

Bovendien bestaan er nog lacunes bij het informeren en sensibiliseren van werknemers en werkgevers. Zo wist 25% van de vaders niet van het bestaan van het verlof voor de geboorte van hun kind en kreeg ongeveer  11% met problemen te kampen bij het opnemen of aanvragen van het verlof.

De opvang van kinderen en afhankelijke personen

Tot slot is de toegang tot opvangvoorzieningen voor jonge kinderen en hulpbehoevenden ongetwijfeld de belangrijkste factor die van invloed is op de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Hoewel België de Europese doelstellingen inzake de opvang voor kinderen van 0 tot 3 jaar en van 3 tot 6 jaar heeft bereikt, blijft het investeren in kwalitatieve en betaalbare opvang een grote uitdaging.

Wetgeving

Moederschaps- en vaderschapsverlof, adoptieverlof, verlof om dwingende redenen, tijdskrediet of loopbaanonderbreking: de volledige reglementering is terug te vinden op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg  en in de brochure Wegwijs in werk en ouderschap.