Gelijkheid in de Europese Unie

Het gemeenschapsbeleid is ongetwijfeld een doeltreffende hefboom voor de evolutie van de nationale wetgevingen inzake de gelijkheid van vrouwen en mannen. Naast de richtlijnen, die onze wetgeving aanzienlijk beïnvloed hebben, beschikt de Europese Unie over meerdere instrumenten.

Het Verdrag van de grondrechten van de Europese Unie bepaalt dat de gelijkheid tussen vrouwen en mannen moet gewaarborgd worden in alle domeinen, met inbegrip van de werkgelegenheid, de arbeid en het loon (artikel 23). Het verbiedt elke discriminatie op bepaalde gronden, waaronder geslacht (artikel 21).

De strategie 2010-2015 voor de gelijkheid tussen vrouwen en mannen is het werkprogramma van de Commissie inzake de gendergelijkheid. Daarbij wordt de nadruk gelegd op vijf prioriteiten: gelijke economische onafhankelijkheid, gelijk loon, gelijkheid in de besluitvorming, waardigheid, integriteit, het stoppen van geweld op grond van geslacht en de bevordering van gendergelijkheid buiten de EU. 

Elk jaar wordt de geboekte vooruitgang geëvalueerd in een verslag over de gelijkheid tussen vrouwen en mannen.

In 2010 nam de Raad van de Europese Unie het eerste Europees Pact voor Gendergelijkheid aan voor de periode 2011 – 2020. Bij die gelegenheid bevestigde de Unie zijn engagement om de genderkloof te dichten op het vlak van werkgelegenheid, onderwijs en sociale bescherming, een betere combinatie van werk en privéleven te bevorderen en alle vormen van geweld tegen vrouwen te bestrijden.  

Tot slot hebben de opeenvolgende voorzitterschappen sinds 1999 kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren ontwikkeld of bijgewerkt in de twaalf kritieke actiedomeinen van het Actieplatform van Peking. Tot nu toe werden zo 11 van de 12 actiedomeinen behandeld.