Analyse

De politieke vertegenwoordiging van vrouwen na de verkiezingen van 25 mei 2014

Op 25 mei 2014 bepaalden de kiezers wie hen mocht vertegenwoordigen in het Europees Parlement, in het federaal parlement en in de parlementen van de gewesten en de gemeenschappen. Het waren de eerste verkiezingen van die omvang sinds 1999. Net als na elke verkiezing heeft het Instituut de verkiezingsresultaten ingezameld en er vervolgens een genderanalyse van gemaakt, waarbij bijzondere aandacht werd besteed aan de impact van de quota op de vertegenwoordiging van vrouwen op de kieslijsten, onder de verkozenen en parlementsleden en in de regeringen.

Genderanalyse van de resultaten van de federale verkiezingen van 13 juni 2010

Het Instituut kijkt steeds met belangstelling uit naar de resultaten van de verkiezingen. Bij de federale verkiezingen van 7 juni 2007 maakten vrouwen ongeveer één derde uit van de verkozenen (36,7% voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers, en 30% voor de Senaat). We willen nagaan of er bij de federale verkiezingen van 13 juni 2010 een toename, afname dan wel stagnatie optrad. Lees er meer over in de genderanalyse van de resultaten van de federale verkiezingen op 13 juni 2010.

De politieke vertegenwoordiging van vrouwen na de verkiezingen van 7 juni 2009

In deze publicatie wordt de balans opgemaakt van de vrouwelijke aanwezigheid in de regionale parlementen en in het Europees Parlement na de verkiezingen van 7 juni 2009. Zowel de samenstelling van de kandidatenlijsten, de effectieve samenstelling van de parlementen en regeringen als het gedrag van de kiezers tegenover vrouwelijke kandidaten worden gedetailleerd beschreven. Op basis van deze resultaten en die van de twee vorige regionale en Europese verkiezingen (1999 en 2004) wordt de impact van de pariteitswetten op de politieke deelname van vrouwen en mannen aan de verkiezingen geëvalueerd. Voor deze evaluatie werden drie verklarende factoren in rekening gebracht, die in de wetenschappelijke literatuur het vaakst naar voren worden geschoven, met name: grootte van de kieskringen, partijideologie, het gedrag van de kiezers, en meer bepaald de voorkeurstemmen voor kandidaten.

De politieke deelname van vrouwen na de verkiezingen van 10 juni 2007

Sinds het midden van de jaren 1990 werd in België een aantal juridische maatregelen genomen voor de versterking van de deelname van vrouwen aan de politieke besluitvorming en meer in het bijzonder voor het verhogen van hun aanwezigheid in de wetgevende vergaderingen.

In deze brochure wordt de balans opgemaakt van de vrouwelijke aanwezigheid in het Belgische federale Parlement na de parlementverkiezingen van 10 juni 2007, op basis van een analyse van de samenstelling van de kandidatenlijsten, van de effectieve samenstelling van de Kamer van Volksvertegenwoordigers en de Senaat en van de samenstelling van de federale regering. Daarnaast wordt ook het gedrag van de kiezers tegenover vrouwelijke kandidaten in beeld gebracht via een analyse van de voorkeurstemmen.

Voor we tot de kern van de zaak komen, gaan we kort in op de context waarin de federale verkiezingen van 10 juni 2007 plaatsvonden.

Belgische partijen en seksegelijkheid

Om de impact van de pariteitswetten van 2002 op de deelname van vrouwen aan de politieke besluitvorming te evalueren, heeft het Instituut eind 2004 het startschot gegeven voor drie onderzoeken daaromtrent. Deze studies hebben als onderwerp: 'De deelname van mannen en vrouwen aan de Belgische politiek', 'De trajecten van vrouwen in de politiek in België' en 'De integratie van een genderdimensie binnen de Belgische politieke partijen'. De onderzoeken werden eind mei 2006 afgesloten.

Dit rapport brengt de resultaten van het derde onderzoek, zijnde 'De integratie van een genderdimensie binnen de Belgische politieke partijen'. Hierin stond de vraag centraal in welke mate de Belgische partijen een genderdimensie hebben geïntegreerd en wat de draagwijdte van de in dit kader genomen maatregelen is. Ten eerste worden aan de hand van een literatuurstudie de mechanismen voor de recrutering en selectie van de politieke elite en het human resource management van politieke partijen geïdentificeerd op basis waarvan een aantal hypotheses wordt opgesteld. Deze hypotheses worden getoetst aan het empirische onderzoeksmateriaal met betrekking tot de formele en informele mechanismen binnen de Belgische politieke partijen en de mate waarin zij een genderdimensie hebben geïntegreerd.

De deelname van mannen en vrouwen aan de Belgische politiek

Om de impact van de pariteitswetten van 2002 op de deelname van vrouwen aan de politieke besluitvorming te evalueren, heeft het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen eind 2004 het startschot gegeven voor drie onderzoeken daaromtrent. Deze studies hebben als onderwerp: 'De deelname van mannen en vrouwen aan de Belgische politiek', 'De trajecten van vrouwen in de politiek in België' en 'De integratie van een genderdimensie binnen de Belgische politieke partijen'. De onderzoeken werden eind mei 2006 afgesloten.

Deze publicatie brengt de resultaten van het eerste onderzoek, zijnde 'De deelname van mannen en vrouwen aan de Belgische politiek'. In het kader van deze studie willen we meer inzicht krijgen in de evolutie van de representatie van vrouwen in het Belgische politieke leven na de goedkeuring en toepassing van de pariteitswetten. Daartoe zal ten eerste een aantal indicatoren, dat op niveau van de Europese Unie werd gedefinieerd, worden ontwikkeld en gebruikt. Ten tweede zullen de voorbereiding en de resultaten van de regionale en Europese verkiezingen van juni 2004 diepgaand worden geanalyseerd. Tot slot zullen mogelijke verbanden tussen de politieke representatie van vrouwen en een reeks socio-economische variabelen worden onderzocht.

De trajecten van vrouwen in de Belgische politiek

Om de impact van de pariteitswetten van 2002 op de deelname van vrouwen aan de politieke besluitvorming te evalueren, heeft het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen eind 2004 het startschot gegeven voor drie onderzoeken daaromtrent. Deze studies hebben als onderwerp: 'De deelname van mannen en vrouwen aan de Belgische politiek', 'De trajecten van vrouwen in de politiek in België' en 'De integratie van een genderdimensie binnen de Belgische politieke partijen'. De onderzoeken werden eind mei 2006 afgesloten.

Dit rapport brengt de resultaten van het tweede onderzoek, zijnde 'Trajecten van vrouwen in de Belgische politiek'. In het kader van deze studie willen we een beter begrip krijgen van de profielen en trajecten van de Belgische vrouwelijke politici. Het onderzoek is opgebouwd rond drie grote pijlers. Ten eerste worden aan de hand van de nationale en internationale literatuur ter zake de voornaamste factoren die een positieve dan wel negatieve invloed hebben op de politieke loopbanen van vrouwen geïdentificeerd (bijvoorbeeld onderlinge ondersteuningsstrategieën, familiebanden, carrièresprongen via andere collectieve bewegingen,…). Ten tweede werd origineel empirisch materiaal verzameld door middel van focusgroepen met vrouwelijke gekozenen van verschillende beleidsniveaus, in een tweede fase aangevuld met de vertegenwoordigers van de partijleiding. Het centrale onderwerp van deze focusgroepen was de persoonlijke beleving van de vrouwelijke mandatarissen van de politieke cultuur en van de eigen loopbaan. De analyse van de focusgroepen toetst de bevindingen van de literatuurstudie aan de ervaringen van de Belgische politica’s. Daarnaast is het de bedoeling om via de verwoorde gevoeligheden en suggesties te komen tot een duurzame empowerment van vrouwen in de Belgische politiek. Ten derde werd een aantal voorstellen geformuleerd voor een concrete empowermentstrategie voor vrouwen in de politiek.

De politieke deelname van de vrouwen na de verkiezingen van 18 mei 2003

Deze brochure maakt de balans op van de vrouwelijke aanwezigheid in de Belgische politiek na de parlementsverkiezingen van 18 mei 2003. Ze omvat tevens een analyse van de impact van de 'pariteitswetten' en van de wijzigingen in het Kieswetboek op de vrouwelijke aanwezigheid in het federale Parlement.

Naar een paritaire democratie

Laurette Onkelinx, federaal Minister van Werkgelegenheid, bevoegd voor Gelijke Kansen, gaf in 2001 aan het AVG-CARHIF de opdracht een onderzoek uit te voeren naar de vrouwelijke participatie aan de gemeente- en provincieraadsverkiezingen van 8 oktober 2000. Het doel van dit onderzoek was tweeledig. In eerste instantie werd het effect van de wet Smet-Tobback geëvalueerd, die op 8 oktober 2000 voor het eerst in zijn volle omvang werd toegepast op het gemeentelijk en provinciaal niveau. Daarnaast werd er zoveel mogelijk statistisch materiaal verzameld en geanalyseerd om een beter beeld te krijgen van de participatie van vrouwen aan de recente gemeente- en provincieraadsverkiezingen. Daarbij werd onder meer gepeild naar het aantal vrouwelijke kandidaten, hun plaats op de kieslijsten, hun electoraal succes en hun doorstroming naar uitvoerende functies (schepenen, bestendig gedeputeerden, burgemeesters en gouverneurs).

Vrouw en politiek

De wet van 24 mei 1994 ter bevordering van een evenwichtige verdeling van mannen en vrouwen op de kandidatenlijsten voor de verkiezingen, werd voor het eerst toegepast bij de verkiezingen van 13 juni 1999.

Wat is nu het profiel van de vrouwen die zich kandidaat hadden gesteld voor de eerste wetgevende verkiezingen waarbij een quotum was ingesteld? Hoe zien hun gezinssituatie en beroepsleven er uit? Welke relatie onderhouden ze met hun partij? Via welke kiesthema’s hebben ze zich geprofileerd? Welke uitslag hebben ze behaald? Hoe staan ze tegenover het vrouwelijke kiespubliek?

Om antwoord te krijgen op al die vragen verzond de Directie van de gelijke kansen naar 1.613 vrouwelijke kandidaten een vragenlijst die hun profiel en houding ten opzichte van de politiek in kaart moest brengen.

Deze brochure wil de resultaten van de enquête voorstellen en toelichten, om een zo juist mogelijk beeld te schetsen van het engagement van de vrouwen in de politiek bij de verkiezingen van 13 juni 1999.