Loonkloof
De loonkloof is het verschil tussen het gemiddeld loon van voltijds werkende mannen en vrouwen in de diensten en industrie, uitgedrukt in absolute aantallen en als het percentage van het mannenloon.
Het Instituut heeft op 2 april 2009 voor de derde maal het jaarlijkse loonkloofrapport (PDF, 4.65 MB) voorgesteld. In het rapport worden de loonverschillen tussen vrouwen en mannen berekend op basis van de Enquête naar de Structuur en de Verdeling van de Lonen, aangevuld met RSZ-gegevens. De berekeningen gebeuren volgens de officiële Europese indicatoren. Voor het rapport 2009 werden de gegevens van het enquêtejaar 2006 gebruikt.Mogelijke effecten van de economische crisis op de loonkloof zijn nog niet weerspiegeld in deze cijfers.
Het rapport is het resultaat van een nauwe samenwerking tussen het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen, de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, de Algemene Directie Statistiek en Economische Informatie en het Federaal Planbureau.
De belangrijkste vaststellingen liggen in de lijn van de voorgaande rapporten:
- Er bestaan grote verschillen in de loonkloof naar statuut. Berekend opbasis van de bruto-uurlonen van voltijdse en deeltijdse werknemers over alle sectoren heen, bedraagt de loonkloof 11%. Voor bedienden inde privé-sector loopt ze echter op tot 27%, voor arbeiders tot 16%. Bij de overheid is de loonkloof voor contractuelen 7% en voor vastbenoemde ambtenaren valt ze dit jaar zelfs heel licht in het voordeel van vrouwen uit: -1%.
- De loonkloof groeit exponentieel als men het effect van deeltijds werk erin laat meespelen. Wanneer men de loonkloof berekent op basis van de bruto-jaarlonen van voltijdse en deeltijdse werknemers over alle sectoren heen, bedraagt de loonkloof 25%. Hoewel deze loonverschillen niet te wijten zijn aan directe discriminatie, vormen ze wel een sterke indicatie van de ongelijkheid tussen vrouwen en mannen in inkomen.
- Slechts de helft van de loonkloof kan verklaard worden op basis van de verschillende kenmerken van vrouwen en mannen. Diverse vormen van segregatie op de arbeidsmarkt zijn hierin de belangrijkste factor. Het gaat dan om het beroep, de sector van tewerkstelling, het type contract, de arbeidsduur…