Proces Sadia
Sadia Sheikh
24 oktober 2007. De 20-jarige Sadia, een jonge vrouw die door haar vrienden en docenten wordt omschreven als moedig, leergierig en vrolijk, overlijdt op 24 oktober 2007 aan de verwondingen die zij twee dagen eerder in de ouderlijke woning door toedoen van haar broer heeft opgelopen.
Sadia was sinds enkele maanden het ouderlijk huis ontvlucht om te ontkomen aan het huwelijk dat haar ouders hadden geregeld met een man in Pakistan. Zij wilde haar liefdesrelatie met haar Belgische vriend voortzetten, vrij zijn en haar eigen keuzes maken.
Werd Sadia door haar broer gedood omdat deze handelde in het kader van een familiecomplot, omdat zij de ouderlijke woning had verlaten, omdat zij een gedwongen huwelijk had geweigerd, omdat zij er een liefdesrelatie op nahield met een jongen die niet aan de verwachtingen van haar familie beantwoordde, omdat zij uiteindelijk de ouderlijke woning was ontvlucht uit vrees dat zij niet het leven zou kunnen leiden dat zij wenste, omdat zij de eer van de familie had bezoedeld en niet aan hun verwachtingen voldeed, omdat zij zich weigerde te plooien naar de stereotiepe rol die de patriarchiale en traditionele structuur van haar familie voor haar in gedachten had, omdat zij een vrouw was en omdat van haar werd verwacht dat zij zich zou schikken naar hun gewoonten… of om al die redenen samen?
Waarom heeft het Instituut zich burgerlijke partij gesteld?
Het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen heeft op 5 maart 2008 laten weten dat het zich in de zaak Sadia Sheikh burgerlijke partij stelde.
Zonder afbreuk te doen aan het antwoord dat het proces op al deze vragen zal geven, wil het Instituut, door zich in de procedure te mengen, de aandacht vestigen op het feit dat het hier over veel meer gaat dan de dood van een jong meisje.
De problematiek die de dood van Sadia opwerpt, is immers die van de eremoord, wat in ons strafrecht op specifieke wijze wordt bestraft met de verzwarende omstandigheid van discriminatie, ook wel "verwerpelijke beweegreden" genoemd.
Wat dit alles zo bijzonder maakt, is dat het hier niet alleen over een individu gaat, maar ook over de groep of de gemeenschap waarvan het slachtoffer deel uitmaakte, in dit geval vrouwen.
Het Instituut is ervan overtuigd dat de dood van Sadia Sheikh door alle vrouwen als bijzonder pijnlijk wordt ervaren, ongeacht hun overtuiging, afkomst, leeftijd, enz.
Eergerelateerd geweld valt niet onder de criteria inzake partnergeweld. Eergerelateerd geweld is nu echter opgenomen in het Nationale Actieplan dat door het Instituut wordt gecoördineerd omdat het valt onder intrafamiliaal geweld. Wanneer slachtoffers van eergerelateerd geweld zich bij het Instituut melden, dan zullen wij hen helpen en doorverwijzen naar de bevoegde instellingen en hulpdiensten, maar wij zullen de zaken niet systematisch aanhangig maken bij de rechtbank.
Deelnemen aan het proces om in de mate van het mogelijke duidelijkheid te verschaffen over de beweegredenen die tot dit misdrijf hebben geleid, leek ons nog belangrijker omdat er zich niemand burgerlijke partij had gesteld om het jonge slachtoffer te vertegenwoordigen.
Het Instituut is er bovendien van overtuigd dat een proces als dat over de moord op Sadia kan bijdragen tot de sensibilisering en de bewustmaking met betrekking tot de drama’s waartoe de overlevering van bepaalde tradities binnen families kan leiden. Verder kan het er slachtoffers ook toe aanzetten om te reageren. Het Instituut wenst op die manier ook een van zijn andere opdrachten te vervullen: de plicht om te sensibiliseren.
Waarom is het Instituut in dergelijke zaken bevoegd?
De bevoegdheid van het Instituut in deze zaak vloeit voort uit een combinatie van elementen.
Enerzijds stelt de wet die tot onze oprichting heeft geleid, dat het Instituut naar de rechtbank kan stappen (o.m.) op basis van de strafwetten die specifiek tot doel hebben om de gelijkheid tussen vrouwen en mannen te waarborgen.
Anderzijds moet de verzwarende omstandigheid die verwijst naar de theorie van de "verwerpelijke beweegreden", zoals opgenomen in art. 405quater van het strafwetboek, wanneer een van de drijfveren van de misdaad of het wanbedrijf bestaat in de haat tegen, het misprijzen van of de vijandigheden tegen een persoon wegens (in dit geval) zijn geslacht, de efficiëntie van het gelijkheidsbeginsel dat met deze bepaling werd aangenomen, waarborgen.
Geweld binnen een intieme relatie geeft meestal, in de privésfeer, uiting aan de ongelijke machtsverhoudingen tussen vrouwen en mannen die in onze samenleving nog steeds bestaan.
Het lijkt erop dat de geweldplegers in het merendeel van de gevallen mannen zijn en de slachtoffers vrouwen. Het is bijgevolg aan het Instituut om te bewijzen dat vrouwen in onze huidige samenleving hun lot niet in eigen handen hebben enkel omdat zij vrouwen zijn, en om aan te tonen dat deze vaststelling wijst op een erg ongelijke behandeling.
Persmededelingen die door het Instituut over de zaak Sadia Sheikh werden verstuurd
Perscontact
Elodie Debrumetz (Communicatieverantwoordelijke)
elodie.debrumetz@iefh.belgique.be
Tel.: 02 233 49 47
Gsm: 0497 23 67 67